Hoogtepunten in Laos

1

Na een lange busrit verlaten we centraal Laos en komen we aan in het noorden in de hoofdstad Vientiane (N17 58.583 E102 38.191). Als hoofdstad stelt het weinig voor, maar we maken hier wel kennis met een van de positieve overblijfselen van de Franse kolonisatie, stokbroodjes “la vache qui rit”, croissantjes en Franse restaurants. Voor de in Laos schandalige prijs van 125.000 kip (8 Eur) hebben we een heerlijke Franse maaltijd gegeten met een goed glas wijn.

Vang Vieng (N18 55.242 E102 26.746) is berucht/beroemd in Laos. Je kunt er tuben (klik hier en dan op Tubing in Vang Vieng. Op een grote binnenband (tube) een kalm riviertje afdrijven door een prachtig berglandschap klinkt goed. De werkelijkheid is bars met knetterharde amerikaanse muziek waar je na 150 m!! tuben al kunt stoppen en dan de rest van de dag zuipen. Het je genoeg van deze bar dan tube je door naar de volgende. Wanneer je echt te dronken bent laat je je toch gewoon door een tuk-tuk terug naar je hotel brengen. Alleen het laatste stukje zonder bars konden we nog een beetje genieten. Vang Vieng is duidelijk “the place to be” voor het type reizigers dat samenklontert in bepaalde plaatsen om daar samen met andere toeristen dronken/stoned te worden, zonder veel respect of interesse voor het land dat ze bezoeken.

Zo vlug we konden gingen we dus door naar de volgende plaats: Luang Prabang (N19 53.386 E102 07.943). Luang Prabang is een UNESCO world heritage city maar wij vinden het niet zo bijzonder. Hier geen dronken jongeren maar een invasie van 60+-ers. Dat vinden wij niet erg, zij moeten ook reizen, maar de prijzen(2-5 keer zo duur als de rest van Laos) en het type hotel/restaurantjes zijn duidelijk gemaakt om deze groep aan te spreken.

Wij zijn erg teleurgesteld. Centraal/zuid Laos was geweldig maar we zijn nu in 5 dagen al in 3 plaatsen geweest die tegenvielen. We vinden het niet leuk en verlangen terug naar het oorspronkelijke Laos. Gebrek aan tijd geeft ons echter weinig opties om naar toe te reizen.

Daarom gaan we naar Nong Kiauw (5 uur met de bus) en dan nog een uurtje met de boot naar Muang Ngoi Neua (N20 42.502 E102 40.459). Ook hier zijn veel toeristen, ze komen er net als wij omdat het “dichtbij is”. Omdat het plaatsje alleen met de boot te bereiken is het toch nog niet verpest. We hebben een bungelow met 2 hangmatten voor 30.000 kip (2 Euro). Er zijn geen auto’s maar wel veel beesten op straat en om 4 uur maken de hanen je wakker. Partygangers hebben pech want elektriciteit is er alleen met een generator tot 22:00. 2 dagen lang lezen, lopen en zwemmen we wat. Nog een laatste dag brengen we door in Nong Kiaw. We huren fietsen en bezoeken een grot. In deze grot vluchtten de Lao tijdens de Amerikaanse bombardementen en naast de grot is een bomkrater te zien. Toch even een klein beetje geschiedenis: Tijdens de 2e Indochina war (bij ons bekend als de Vietnam oorlog) werd Laos hevig gebombardeerd door de USA, (nog steeds is het op de inwoner/bom ratio het meest gebombardeerde land allertijden). Dit allemaal terwijl de USA officieel helemaal niets in Laos deed. Resten van bommen kwamen we al tegen als boot en als barbecue (zie foto’s. Niet dat de Amerikanen geld geven om de clusterbommen op te ruimen. Dit wordt allemaal betaald door de EU en Aziatische landen.

We fietsen nog wat door wat kleine dorpjes waar we in een klein restaurantje een extreem hete noedel soep eten. Mensen zijn verbaasd als ze een “falang” (buitenlander) zien en we maken een klein jongetje aan het huilen. We genieten nog even van het “echte laos”.

Vervolgens gaan we helemaal door naar het noorden. We zijn nu nog maar 20 km van de Chinese grens en hebben bijna de hele route 13 afgelegd. In Luang Namtha (N21 00.153 E101 24.551) wordt druk gebouwd en deze plaats is duidelijk ook al een mainstream toeristen plek geworden. Hier gaan we een dagje kajakken en dat is eerst heel erg koud (15 graden) want pas om een uur of elf komt de zon hier door. De rivier gaat langs de rand van een natuurgebied en we komen dan ook door echte jungle, de stroomversnellingen (class1-3) zijn net sterk genoeg voor ons om wel gaaf te zijn maar niet te moeilijk. We lunchen in de jungle (N20 53.123 E101 27.748).

De volgende dag komen we de beste weg van heel Laos tegen. Gebouwd en betaald door de Chinezen. In 5-7 uur kunnen de Chinese vrachtwagens hun goederen nu door Laos naar Thailand brengen (250 km bergachtig terrein). Wij stoppen bij een klein plaatsje langs deze weg met een guesthouse met 3 kamers. De ouders zijn weg (boeren ofzo) en het guesthouse (N20 24.976 E100 51.259) en bijhorende restaurantje en winkel worden gerund door een groep kinderen. Eerst zijn ze een beetje verlegen maar na tikkertje komen ze helemaal los en met nog meer tikkertje, elastiekjes schieten en haarvlechten vermaken wij ons wel.

‘s Middags stopt er nog een Lao (Mr. Songkeo) die ook voor de “Gibbon experience”, werkt die ons uitnodigde voor ‘s avonds in zijn dorpje. Later op de middag stapte er nog een toerist (Joshua) uit een bus. Hij vertelde uitgenodigd te zijn voor een feest in datzelfde dorpje. Het dorpje lag 20 minuten lopen verderop aan een zandweg, we zochten Songkeo op en hij bracht ons naar het huis van het dorpshoofd. Hier werden we welkom geheten door het dorpshoofd zijn vrouw, en verscheidene andere mannen. We gingen zitten op de veranda. Rondom de veranda schaarde zich alle vrouwen en kinderen uit het dorp die duidelijk erg bang maar ook nieuwsgierig naar ons waren. We dronken samen (veel) Lao Lao (locale rijstwiskhy) en Beer Lao (die we meegenomen hadden) en deelden een maaltijd.

Songkeo was de enige die Engels sprak, verder spraken ze een beetje Lao maar vooral Lamet (hun lokale taal). Songkeo bleef constant vertalen hoe “special” het was dat wij hier waren en het werd ons duidelijk dat hier nauwelijks buitenlanders zijn geweest (sinds kort vrijwilligers van de Gibbon experience) en dat dit feest gehouden werd ter ere van het bezoek van een “falang” aan het dorpje (Joshua had songkeo een week eerder ontmoet afgesproken nu terug te komen). Voor Joshua was er een week lang gewerkt aan een cadeau maar wij kwamen onverwacht, het dorpshoofd gaf ons zijn eigen vijzel. Zelfgemaakt uit hout gesneden. Marcel kreeg er tranen van in zijn ogen, het is een van de weinige dingen die zo’n iemand heeft en hij geeft het gewoon aan ons. Ze verwachten niets terug maar je wilt toch wat geven. Marcels ketting uit Nepal en mijn oorbellen en armband zijn nu voor de dorpshoofd en zijn vrouw.

Later op de avond werd er besloten een Basi ceromonie te houden. Dit was onze de derde in Laos maar zeker de meest speciale. Tijdens de cermonie wordt er een klein toespraakje gehouden, ondertussen houd je dingen (meestal rijst en ei) vast die ze je geven. Daarna wordt en een katoenen draadje om je pols gebonden terwijl er een zegening uitgesproken word. Meestal door het familie/dorpshoofd maar nu door iedereen, het dorpshoofd, zijn vrouw, de oudste man van het dorp, de politieman etc. Acht keer kregen we te horen hoe blij ze waren en hoe speciaal het was dat wij hier waren en werden we gezegend met goede banen, veel kinderen etc. Nog later werd er besloten dat er een kip geslacht ging worden voor ons.

Deze mensen zijn zo vriendelijk, zo vrijgevig, zo bijzonder. Wij kunnen alleen maar hopen dat nu meer en meer toeristen in deze omgeving komen deze mensen zo blijven.

De “Gibbon experience” hadden we al gereserveerd toen we Laos binnen kwamen. Het is een uniek project waarbij je een natuurgebied niet alleen verkent door er te wandelen maar waar er diverse ziplines/kabelbanen zijn waarmee je over de bomen heen vliegt. Het is prijzig (dank je wel opa’s en oma’s) maar het geld wordt ook gebruikt om de dorpen rondom het park alternatieve methoden te geven om te leven zodat ze niet meer stropen of het bos platbranden om er verbouwen. De volgende dag stopte de 4WD om ons op te pikken en we maakten kennis met onze medereizigers voor de komende 2 dagen. Een gemixte groep: een Tsjechisch koppel, een samenreizende Engelse Pakistaan en Engelse Indier en een Amerikaans meisje. Met de 4WD ga je een stuk het Bokeo NP in. Vervolgens 2 uur lopen en toen bereikten we onze eerste zipline! Echt ontzettend gaaf. Zie filmpje (niet van ons). ‘s Nachts sliepen we in een boomhut (N20 29.104 E100 44.950) (klik hier en dan op Gibbon Experience Treehouse #6) op 40 meter hoogte (je drolletje hoor je 5-6 seconden later poef zeggen). Een boomhut is helemaal open en niemand sliep die nacht goed, zeker toen er een beest kwam zoeken naar eten. Helaas begon het ‘s nachts erg te regenen en de hele volgende dag bleef het regenen. Dit betekende een moeilijke glibberige wandeling van 3 uur naar onze volgende boomhut (N20 27.100 E100 45.374). Hier kwamen we doorweekt en vermaakten we ons met kaarten en luisteren naar de geluiden van de wilde dieren. We hoopten nog even een gibbon gehoord te hebben maar het bleek een blaffend hert (barking deer) te zijn. Gibbons houden niet van regen dus die hebben we jammer genoeg niet gezien. De laatste dag was het gelukkig droog en konden we via een omweg nog even de laatste en mooiste zip lines boven een gigantische vallei gedaan, het totaal op 34 ritjes brengend.

Tot slot: Laos is een geweldig land. Je ziet er zuid-oost Azie zoals het in de rest van de landen bijna niet meer te vinden is, maar het verandert wel snel. Als je de mogelijkheid hebt: ga dan nu

Share.

About Author

Tikva is fulltime blogger en oprichter van Gezin op Reis. Ze heeft meer dan 70 landen bezocht waarvan meer dan dertig met haar dochter (2013). Haar favoriete continenten zijn Europa, Latijns-Amerika en Azië.

1 reactie

  1. Hoi Marcel en Tikva,

    Eindelijk heb ik de tijd genomen om jullie verslag over Laos eens rustig te lezen.
    Tuben zou in Nederland voor de studenten en de vrijgezellenfuifjes een ware aanvulling op het huidige aanbod zijn denk ik. Maar uit jullie verslag meen ik te kunnen lezen dat jullie die tijd achter je gelaten hebben. Goed zo. Gelukkig kun je ook om de 60+-ers heen, want dat zat zeker niet in het reisbudget.
    In en rondom Nong Kiauw is het dan weer helemaal volgens jullie idee. De ervaring van de uitnodiging van Mr. Songkeo heeft jullie wel diep geraakt. Ik kan me dat ook voorstellen, maar ik zeg er tegelijkertijd bij, dat ik daar moeite mee gehad zou hebben. Je kent me. Een beetje te inlands voor mij. En die bewoners vinden het dus prachtig.
    Als laatste schrijven jullie over de Gibbon Experience. Dat was dan weer een paar dagen geheel iets anders. Jammer dat het weer niet altijd even mooi was. Zo voel je toch ook wel hoe het is om echt in de natuur te leven.

    Een prettig verblijf verder en tot de volgende keer,

    de groeten van KaJac.

Leave A Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.