Tjentište is een klein dorp in het oosten van Bosnië-Herzegovina en vormt de toegangspoort tot Sutjeska Nationaal Park. In het dorp zelf is niet veel te doen, maar het ligt ideaal voor wie de natuur in wil. Vanuit hier rijd je de bergen in naar Sutjeska, het oudste en grootste nationale park van het land. Je vindt er dichte bossen, een hartvormig bergmeer en de hoogste top van Bosnië, de Maglić. Ook ligt hier een van de laatste stukjes oerbos van Europa. Wij gingen een dag wandelen in het Sutjeska Nationaal Park, een pittige maar erg mooie dag.

Dorp in de middle of nowhere Tjentište
De beste uitvalsbasis voor Sutjeska Nationaal Park is het dorpje Tjentište. Dit is echt een minidorpje zonder pinautomaat of tankstation. Er is een kleine supermarkt, waar je echt alleen wat basisproducten kunt halen. Er is een restaurant, restaurant Komlen waar je eventueel ook kunt ontbijten. Opzich een prima restaurant met speeltuintje. Wel wordt hier binnen nog gerookt. Bij het restaurant is ook een informatiepunt deze is tot begin van de middag geopend, maar als je pas laat aankomt kunnen ze soms nog wel iemand voor je bellen. We regelden via het informatiepunt een jeep met chauffeur. We betaalden € 75 euro voor de retourtrip inclusief wachttijd.

Tegenover het restaurant zit de enige bezienswaardigheid van het dorp. Een enorm betonnen monument dat herinnert aan de Slag bij Sutjeska uit 1943. Tijdens deze veldslag probeerden de Duitse troepen het partizanenleger van Tito te omsingelen, maar de partizanen wisten te ontsnappen, wat later werd gezien als een belangrijk keerpunt in de oorlog. Het monument bestaat uit twee enorme betonnen vleugels die symbool staan voor het doorbreken van de omsingeling. Je kan via trappen naar het monument lopen. Hier heb je ook een goed uitzicht over de omgeving. In de buurt van het monument is ook nog een klein museum, het Battle of Sutjeska Museum.

Als je nog wat anders wil doen dan is er naast het museum ook een oud vervallen hotel. In dit leegstaande gebouw is een geocache speurtocht te volgen. Gewoon via de geocache app. Een beetje creepy maar wel leuk om te doen.

Er is een hotel, een oud oostblok hotel Mladost dat niet al te beste reviews krijgt. Daarnaast zijn er een aantal inwoners die appartementen verhuurd. Soms appartementen die specifiek voor de verhuur zijn gebouwd. We sliepen zelf bij Apartmani Košuta wat echt een heel prima appartement was. Beter dan de foto’s op booking.com. Lekker ruim, modern ingericht en met goede keuken. Ook is er airco aanwezig. Bekijk hier de appartementen.


Mocht je trouwens in de lente of zomer in dit deel van Bosnië en Herzegovina zijn, dan adviseer ik je om ook te gaan raften op de Tara rivier. Ik deed dit al eens tijdens een eerder bezoek aan het land. Lees hier mijn blog over de Tarakloof.

Sutjeska Nationaal Park
Het Sutjeska Nationaal Park is heel mooi, maar helaas ook erg ontoegankelijk. Zo zijn er diverse bergmeren zoals het Gornje Bare Lake, maar om daar te komen heb je een auto met hoge wegligging zoals een jeep nodig.
Perućica oerbos
Andere plekken zijn zelfs alleen toegankelijk met een lokale gids. Het Perućica oerbos (primeval forest) is een stuk bos dat al zeer lang nauwelijks door mensen is aangeraakt en waarin natuurlijke processen grotendeels vrij spel hebben. Een van de weinige van dit soort plekken die nog te vinden zijn in Europa. Er leven dan ook veel wilde dieren zoals beren, wolven, wilde zwijnen en edelherten. Ter bescherming van de natuur worden er maar een handjevol mensen per dag toegelaten en alleen met een gids. Dat is ook wel nodig om verdwalen te voorkomen want paden zijn er niet. Een van de dingen die je hier kunt zijn is de Skakavac waterval van 75 meter hoog. We bekeken deze waterval vanaf een afstandje, vanaf het wel toegankelijke uitkijkpunt.

Mount Maglic en Trnovačko Jezero
Een wandeling die je wel zelf kan maken is naar de top van Mount Maglic, met 2.386 meter de hoogste berg van Bosnië en Herzegovina. Die wandeling is te combineren met een bezoek aan de Trnovačko Jezero, een hartvormig meer dat over de grens ligt in Montenegro. In eerste instantie leek de beklimming ons wel wat, tot we er meer over gingen lezen. Er zijn drie routes. De directe route is een ontzettend steile beklimming, zo steil dat een deel als via ferrata is ingericht en een helm dragen (tegen vallende stenen) wordt aangeraden.

Tijdens onze vakantie in de derde week van oktober lag er ook al sneeuw op mount Maglic. Je kan de mindere steile route via het meer heen en terug lopen, maar dan heb je veel tijd nodig (ongeveer 10 uur) en meer daglicht dan wij hadden in oktober. Tenslotte is er nog een derde route, maar die start elders dus dat is weer onhandig met de auto parkeren.
We kozen er dus voor om alleen de route naar Trnovačko Jezero en het bijbehorende uitkijkpunt te lopen.

Voor het zover is moeten we nog wel een klein uur in de auto. Over de onverharde weg naar de ‘Prijevor parking’ op ongeveer 1.660 meter hoogte. Dit kan met een gewone auto, als je een beetje hoge wegligging hebt en zelf ook wel wat ervaring met lastige wegen. Naar onze Skoda fabia wordt zowel door de verhuurder van onze accommodatie als door de medewerkers van het restaurant nogal sceptisch gekeken. Daarom huren we uiteindelijk een jeep met chauffeur. Achteraf gezien denken we dat de Skoda het wel gekund had, maar dan was het wel een uur billenknijpen. Een groot nadeel van de herfst is ook dat er veel bladeren en plassen op de weg liggen. Het is daardoor erg lastig inschatten hoe diep kuilen zijn.
Voordat we bij de parking uitkomen hebben we nog een tussenstop. Het uitkijkpunt “Dragoš Sedlo” met uitzicht op het oerbos Perućica en de waterval.


Vanaf de parkeerplaats wandelen we eerst door de bossen. We dalen langzaam af en komen in een brede vallei. Met uitzicht op de bergen en bossen. Aan het einde van de vallei wordt het pad wat steiler. Het pad is niet geweldig, het lijkt soms meer op een waterval van grote stenen. Vlak voor we bij het meer komen is er nog een kleine afdaling. Tijd om uit te puffen bij het hartvormige Trnovačko Jezero meer op 1.517 meter hoogte. We zijn ondertussen de grens van Bosnië en Herzegovina en Montenegro gepasseerd.

We hebben hier niks van gemerkt. In de zomermaanden is er bij het meer een kleine rangerpost waar je een euro schijnt te moeten betalen. Er is een berghut en een paar picknickbanken. Ook zijn er twee hele simpele compost toiletten. Maar alles is nu dichtgetimmerd voor het winterseizoen. Toch blijft het een prima plekje om even te zitten en de meegenomen lunch te eten. Ook kan je hier schuilen voor eventuele regen onder een overkapping. Ook de rangerpost op de route in Bosnië en Herzegovina waar je normaal ook een paar euro hoort te betalen was trouwens tijdens ons bezoek eind oktober al gesloten.

De top van de Maglić op 2.386 meter hoog zit in de wolken. Met een kleine opklaring krijgen we deze net te zien. Er ligt al best wat sneeuw op de berg. Voor vandaag is dit een te grote uitdaging voor ons. We zijn om 8:00 vertrokken uit het dorp, rond 9:00 met de wandeling en we hebben zo’n anderhalf uur gedaan over het stuk naar het meer. We besluiten wel naar het uitkijkpunt op de berg te lopen zodat we het hartvormige meer echt goed kunnen zien.

Dat valt echt nog vies tegen, na het meer begint er een ontzettende steile beklimming. Onze dochter heeft er niet zoveel moeite mee, ze houdt juist van klimmen en klauteren. Ook mijn man kan wel doorlopen. Ik ben duidelijk de langzaamste van de groep. Het is zo steil dat het eigenlijk op sommige stukken een soort traplopen is, maar dan boomwortels en rotsen. Mijn kuiten en bovenbenen zijn enorm protesteren. Als we door het bos gedeelte heen zijn merken we dat we helaas echt nog niet hoog genoeg zitten.

Door de vele bomen en struiken op de heuvel moeten we toch echt nog een stuk hoger voor het volledige uitzicht. Onderweg komen we de eerste sneeuwhopen tegen. Man en dochter hebben zelfs nog energie om een sneeuwbal naar elkaar te gooien. Het pad blijft trouwens enorm steil, maar is wel goed te volgen. Het is niet zo dat je heel dicht bij de rand loopt. Uiteindelijk moeten we door tot 1.835 meter om echt volledig uitzicht te krijgen over het meer. Dat is na een uur klimmen, al zou je het wellicht sneller kunnen doen als je beter getraind bent. Marcel overweegt nog of we door moeten lopen tot 2.000 meter, gewoon omdat dat een mooi rond getal is, maar daar hebben we geen zin in.

Het uitzicht is in ieder geval echt de moeite waard, vind ik. Het hartvormige meer, de bossen vol herfstkleuren en de bergen eromheen vormen samen een prachtig plaatje. De lucht is grijs en op een opklaring hoeven we niet meer te hopen. We zijn eigenlijk net op tijd boven. We maken nog wat mooie dronefoto’s, eten een hapje en zodra we een kwartier later aan de afdaling beginnen, begint het te regenen. Het pad wordt al snel glad; we lopen over stenen en grind. We zijn dan ook blij als we bij het bosgedeelte aankomen zonder te vallen. Opeens zien we bij het meer iemand staan, de eerste persoon die we tijdens de hele wandeling tegenkomen. Hij vertelt dat hij helemaal uit het dal is komen lopen. Wel met een flinke bus berenspray want in het naseizoen kan je hier beren tegenkomen. We bieden hem een plekje aan in de jeep, maar hij zegt weer terug te lopen.

Na een pauze lopen we weer richting het startpunt van de wandeling. Opeens komen we de wandelaar weer tegen. Heel vreemd want hij liep voor ons. Hij was begonnen aan de afdaling (dit is dus een ander pad dan vanaf de parkeerplaats), maar kwam verse berensporen tegen. Die auto aanbieding klinkt dat opeens toch wel goed. De wandeling terug is goed te doen, al merken we wel dat onze dochter nu juist moe is. Zeker omdat je aan het einde nog weer een flink stuk klimt. Niet zo steil als bij het meer, maar wel venijnig zeker als je al moe bent. We zijn blij als we de jeep zien staan. Uiteindelijk was het een gave wandel dag maar de warme douche en warm eten roept. Om kwart voor 4 zijn we weer terug in het dorp. We liepen in totaal 13,8 kilometer met 805 meter hoogteverschil.
Pjescane Piramide
Voordat we het Sutjeska nationaal park verlaten maken we nog een stop. Dit is wel echt een heel eind verderop, nog voorbij Foča aan de rand van Nationaal Park Sutjeska. Deze zandpiramides zijn een bijzonder natuurverschijnsel dat is ontstaan door erosie. De zachte ondergrond spoelde in de loop der eeuwen deels weg, terwijl hardere stukken zandsteen bleven staan. Zo ontstonden torens en spitsen die doen denken aan kleine woestijnpilaren. Het voelt een beetje als het wilde westen. In ieder geval heel anders dan waar we gisteren liepen.

Om hier te komen rijden we over een onverharde weg en stoppen bij een kleine parkeerplaats. Naast de parkeerplaats zien we al een mooie formatie van de Pješčane Piramide, maar op Google Maps valt op dat er verderop in het bos nog een grotere groep piramides ligt. Ook staat er iets voor de parkeerplaats een bordje dat naar een wandelpad wijst. We besluiten dat pad te volgen. In plaats van een rechte route gaat het met een omweg langs een paar kleinere zandformaties, voordat we na een minuut of twintig bij de grote formatie aankomen.

Onderweg moet je wel wat hoogteverschil overbruggen. Om eerlijk te zijn is het uitzicht boven niet heel bijzonder; er mist iets van een platform of uitkijkpunt waardoor je het geheel goed kunt zien. Alleen dankzij onze drone krijgen we het complete plaatje in beeld. Heb je zin om even te wandelen, dan is het een leuke route, maar anders kun je het beter houden bij de zandformaties direct bij de parkeerplaats.

Meer tips nodig lees ook onze andere blogs over Bosnië en Herzegovina met kinderen.



