Home / Reisinformatie / Europa / Spanje / Costa Dorada met kinderen, meer dan zon, zee en strand

Costa Dorada met kinderen, meer dan zon, zee en strand

Op vakantie naar Spanje met het gezin? Je kinderen kiezen vast zon, zee en waterparken met snelle glijbanen. Dat zit wel goed aan de Spaanse Costa Dorada. Maar wist je dat de prachtige stranden hier perfect af te wisselen zijn met cultuur en historie? Ga mee op pad in het binnenland van de Costa Dorada en ontdek dat er meer is!  

Costa Dorada met kinderen

Esmeralda en haar gezin gingen deze zomer op roadtrip door Spanje. Naast het noordelijke Baskenland en de stad Zaragoza, verbleven ze ook een week in Salou aan de Costa Dorada, ofwel de “gouden kust” van Spanje.  

De Costa Dorada is de ruim 200 kilometer lange kuststrook van de provincie Tarragona. Je kan er met eigen vervoer heen reizen, het is ongeveer 1600 kilometer rijden vanaf Utrecht. Vliegen kan ook, je vliegt dan aan op het vliegveld van Barcelona, Gerona of Reus.  

Tarragona is de zuidelijkste provincie van Catalonië en je kent dit gebied waarschijnlijk vooral van bekende badplaatsen als Cambrils en Salou. Echte gezinsbestemmingen, met veel keus aan accommodaties, fijne stranden en goede voorzieningen.  
 
Ben je niet van plan om je hele vakantie aan het strand of zwembad te liggen, dan lijkt deze bestemming wellicht niet interessant. Wij ontdekten deze zomer dat de Costa Dorada meer is dan een strandbestemming toen we op pad gingen in het binnenland naar L’Espluga de Francolí en Reus!  

Reus

L’Espluga de Francolí 

L’Espluga de Francolí is met nog geen vierduizend inwoners maar een stipje op de kaart, maar er is genoeg te doen en te zien om je een hele dag te vermaken. Vanuit Salou rijden we er in ongeveer drie kwartier heen, door de bossen van het Pradesgebergte. Onderweg kruipen we steeds hoger de bergen in en verbazen we ons over het groene, dichtbegroeide landschap. “We gaan hoog hè mam?”. Cas kijkt zijn ogen uit op de achterbank. 

Het klooster van Poblet 

We beginnen onze dag drie kilometer van L’Espluga de Francolí, in het indrukwekkende klooster van Poblet. Het is nog vroeg en we zijn de eerste bezoekers. Er hangt een vredige stilte, zoals je bij een klooster mag verwachten. Als we bij de receptie aankomen begrijpen we waarom het zo rustig is, er is een kerkdienst aan de gang en het klooster gaat een half uurtje later open. 

We kijken op ons gemakje wat rond op de binnenplaats en leggen Cas alvast uit dat we straks binnen ook ons volume wat moeten aanpassen. Er arriveert een medewerker die de deuren opent en ons voorziet van oordopjes. Het is ons niet helemaal duidelijk of we het klooster ingaan met een gids of zelf onze weg moeten zoeken met een audioguide.  

Het laatste blijkt het geval, in verband met de geldende maatregelen zijn er geen rondleidingen. Wel is er een app die we kunnen downloaden op onze telefoons en waarmee we door het klooster kunnen wandelen. Voorafgaand krijgen we een indrukwekkende film over het leven in het klooster te zien op een levensgroot scherm.  

Daarna lopen we door de poort het klooster binnen. Bij iedere ruimte of bezienswaardigheid staat een bordje en vertelt de app je automatisch meer over wat je ziet. Tussendoor vertalen we de informatie voor Cas, die met grote ogen rondloopt. We hoeven niet eens te zeggen dat hij stil moet zijn. En dat wil wat zeggen!  

De kloosterorde is opgericht in 1129, de bouw van het klooster duurde echter tot in de zestiende eeuw. Met de audioguide loop je gemakkelijk door alle vertrekken van het klooster. De kerk, waar koningen uit de middeleeuwen begraven liggen, is opvallend sober in vergelijking met de pracht en praal die je in de meeste katholieke kerken ziet, maar daarom juist indrukwekkend.  

We zien ook de bibliotheek, de eetzaal, de kruidentuin en de oude slaapzaal van de monniken. Tegenwoordig wonen er nog zo’n 30 monniken in het klooster. Cas wil er wel één ontmoeten zegt hij, maar helaas kunnen we geen glimp opvangen. Na ongeveer anderhalf uur wacht ons het volgende onderdeel van ons programma, maar eigenlijk hadden we hier wel een halve dag kunnen blijven om alles te zien.
 
Het klooster van Poblet is een must-see als je aan de Costa Dorada bent. Sinds 1992 staat het op de UNESCO lijst als werelderfgoed en dat is terecht. De bijzondere combinatie van de stilte, de prachtige gebouwen en de moderne technologie tijdens de rondleiding en de inleidende film maakt het een bijzondere belevenis. Op de website van het klooster vind je de actuele openingstijden en toegangsprijzen.  

De grotten van L’Espluga 

Na de stilte en de historie van het klooster van Poblet gaan we door naar de Caves d’Espluga de Francoli voor nog meer geschiedenis. We rijden er bijna voorbij, want de grotten blijken tot onze verbazing middenin het dorpje te liggen. Of liever gezegd: onder het dorpje, want ze zijn per ongeluk ontdekt toen iemand daar een waterput wilde graven in 1853. 

De Caves d’Espluga de Francoli vormen één van de zeven langste aansluitende grottenstelsels ter wereld, met een lengte van 3590 meter. Je kan alleen onder begeleiding van een gids de grotten in. Ook hier is de uitleg in het Spaans, maar biedt de Engelstalige audioguide uitkomst.  
 
Tijdens een wandeling door de grotten wordt eerst uitgelegd hoe die zijn gevormd door erosie, hoe ze zijn ontdekt en wat archeologen tot nu toe hebben gevonden. In de kamers die volgen reis je aan de hand van voorwerpen en beelden die geprojecteerd worden op de muren van de prehistorie naar de bronstijd en de tijd van de Romeinen. Het geeft een levensecht beeld van hoe het er in de vroegere tijden aan toeging. 

De grotten van L’Espluga 

De hele wandeling duurde ongeveer anderhalf uur. Omdat we door de taalbarrière weinig interactie hadden met de gids en de Engelse uitleg vrij summier was, vonden we dit best lang. De tour is mooi gemaakt en is heel leerzaam, maar voor Cas had het een half uurtje korter mogen duren. 

Met jongere kinderen zou ik dit dan ook niet aanraden, ook omdat het niet goed toegankelijk is met een buggy en je best ver moet lopen. Bezoek je de Costa Dorada met kinderen die geïnteresseerd zijn in geschiedenis en al wat Engels verstaan, dan is dit zeker wel een aanrader.  
 
Je bezoek aan de Caves d’Espluga moet je vooraf boeken via de website. Tip voor avontuurlijke gezinnen met kinderen vanaf 8 jaar: je kan ook een Adventure Tour boeken, waarbij de dieper de grotten ingaat met een gids en door smalle gedeeltes en door het water kruipt met een wetsuit en helm. 

De grotten van L’Espluga 

Museu de la Vida Rural 

Na een snelle lunch met tapas en een koud drankje op het dorpsplein van L’Espluga de Francolí haasten we ons naar onze laatste stop in het dorpje: het museu de la Vida Rural. Onze vrolijke gids Jordi staat ons al op te wachten bij de entree.  

Onze vertaalapp zegt “Museum over het landelijke leven”, maar wat we ons daarbij moeten voorstellen? Jordi maakt het al snel duidelijk. Alles draait hier om het produceren van voedsel in deze regio. Wijn, olijfolie, graan, fruit en vlees.  

We zien hoe alles verbouwd werd en hoe de seizoenen invloed hebben op de groei en de oogst. Jordi doet zijn uiterste best Cas overal bij de betrekken in een mix van Engels, Nederlands en een beetje Spaans. Het museum staat vol met werktuigen die door de eeuwen heen gebruikt werden voor de landbouw en het leuke is dat je ze ook zelf mag proberen. 
 
Cas ontdekt dat olijven persen behoorlijk zwaar is en vindt het maar vies dat de wijnboeren vroeger met hun blote voeten de druiven pletten om er wijn van te maken. Het museum maakt handig gebruik van eenvoudige afbeeldingen en animaties om dingen zo uit te leggen dat ook kinderen ze begrijpen. In combinatie met het enthousiasme van Jordi werkt dat perfect: Cas is één en al aandacht. 

Door ons volle programma gaan we in vliegende vaart door het museum, maar we zouden ook hier zeker een halve dag kunnen doorbrengen. Het is educatief, slim opgezet en het legt op een mooie manier de link tussen de landbouw van vroeger en nu.  
 
Het allerleukste van het museum komt aan het eind als Cas mee de biologische moestuin in mag. Jordi legt hem uit dat hij op zoek mag naar groenten die geoogst kunnen worden. En ja hoor, tussen het groen vindt hij een enorme wortel, een courgette en een broccoli. Als er dan ook nog échte wortels uit de grond komen en tomaatjes geplukt en geproefd mogen worden kan de dag niet meer stuk.  

Het Museu de la Vida Rural is één van de leukste plekken die we aan de Costa Dorada bezocht hebben. Kinderen mogen gratis naar binnen, volwassenen betalen € 6,- (prijspeil augustus 2021). Het museum heeft wisselende openingstijden, voor het actuele overzicht check je de website.  

Reus, stad van Gaudí  

Reus, op ongeveer 10 kilometer van de kust, is de op één na grootste stad van de regio, met een sfeervol oud centrum, waar je in een wirwar van straatjes bijzondere gebouwen, gezellige pleintjes en leuke winkeltjes ontdekt. De stad is vooral bekend om twee dingen: de zoete kruidenwijn vermouth en Anthoni Gaudí. De wijn hebben we overslagen toen we in Reus waren, maar om Gaudí konden we niet heen.  

Gaudí Centre Reus 

De bekendste Spaanse architect werd in 1852 in Reus geboren (al beweren de inwoners van het naastgelegen dorpje Riudoms bij hoog en laag dat hij daar ter wereld kwam) en woonde in de stad tot hij op zijn zestiende naar Barcelona vertrok om architectuur te gaan studeren. 
 
Hij maakte talloze ontwerpen voor huizen, kerken en paleizen maar het bekendste is hij door de Sagrada Familia en Parc Güell in Barcelona. In Reus bezochten we het Gaudí Centre, een modern vierkant gebouw van drie verdiepingen middenin de stad. 

Gaudi center

Bij binnenkomst worden we vriendelijk ontvangen door een enthousiaste dame. Ze vertelt Cas dat dit een bijzonder museum is, want je mag hier alles aanraken en zelf uitproberen. Dat bevalt meneer wel, zijn nieuwsgierigheid is meteen gewekt.  

We krijgen een korte uitleg over de audioguide, die helaas ook hier alleen in het Engels beschikbaar is, en stappen in de lift naar de bovenste verdieping. Daar worden we verrast met een indrukwekkende film die op de bewegende muren wordt geprojecteerd. Hoewel Cas weinig van de uitleg snapt, blijft hij de volle 20 minuten stil zitten kijken.

In vogelvlucht word je meegenomen door het leven van Anthoni Gaudí. Vervolgens loop je door de drie verschillende verdiepingen weer naar beneden. De eerste verdieping vertelt het levensverhaal van Gaudí, de andere verdiepingen gaan meer over zijn inspiratiebronnen en zijn bekendste werken. 

Het is jammer dat er voor kinderen geen speurtocht of een aangepaste route is, maar het Gaudí Centre gebruikt de nieuwste technische snufjes en dat maakt het ook voor kinderen vanaf een jaar of vijf interessant. Er is veel beweging, er zijn tablets om zelf dingen te bekijken, je mag overal aan voelen en de prachtige gekleurde projecties zijn voor iedereen mooi om te zien. Hoogtepunt voor Cas is de grote maquette van de Sagrada Familia en het nagemaakte deel van Parc Guel waar je doorheen kunt lopen. 

Gaandeweg kom je erachter dat Gaudí zijn inspiratie uit de natuur haalde en herken je de vormen en kleuren van bomen, dieren en planten. Zeker als je tijdens je vakantie ook van plan bent Barcelona te bezoeken is het leuk eerst meer over Gaudí te leren in dit interactieve museum. 
 
Het Gaudí Centre is te vinden op de Plaza de la Mercadal, in het centrum van de stad. De openingsuren en de actuele toegangsprijzen vind je op de website van het centrum.  

Gaudi center

Casa Navàs 

Schuin tegenover het Gaudí Centre, op hetzelfde plein, staat Casa Navàs (Huis Navàs). Een enorm huis in modernistische stijl wat zo in de Efteling zou kunnen staan, met sierlijke balkons en glas-in-lood ramen. We zijn aan de late kant voor onze rondleiding, dus we staan niet al te lang stil om de buitenkant te bewonderen en haasten ons naar binnen. 

De gids is net gestart zijn welkomstpraatje, maar als we willen aansluiten houdt de dame bij de ingang ons tegen. Ze overhandigt ons drie paar plastic slofjes die we kennen van de zwemlessen van Cas. Of we die maar over onze schoenen aan willen doen? Uhm, nou eigenlijk liever niet want het is 32 graden, maar we zien aan haar strenge blik dat we er niet onderuit komen. 

Snel lopen we achter de groep aan de trap op. De gids heeft er zin in, hij staat druk gebarend van alles te vertellen over de entree van het huis. We vangen net op dat we alleen hier en in de eerste ruimte foto’s mogen maken en dat we, in tegenstelling tot in het Gaudí Centre, absoluut niets aan mogen raken. Niet dat we dat overigens zouden durven, want alles ziet er breekbaar en kostbaar uit.  
 
In 1901 gaf de rijke winkelier Joachim Navàs opdracht aan architect Lluís Domènech i Montaner een huis met winkel eronder te ontwerpen voor hem en zijn vrouw. Geld was geen probleem en de duurste materialen werden gebruikt. 

Uiteindelijk duurde het meer dan tien jaar voor het huis klaar was om te bewonen. Ondertussen was de eigenaar al overleden en ging zijn vrouw er alleen wonen. Toen zij ook overleed erfden haar neven het huis. In de Spaanse Burgeroorlog raakte een bom de toren van het huis, die afbrak en nooit meer hersteld werd. 
 
Onze gids kan goed vertellen, maar helaas is ook hier de uitleg in het Engels en hoewel we ons best doen om alles te vertalen, haakt Cas al snel af. Toch kijken we ons ogen uit. Vooral de ontvangsthal, met duizenden mozaïeksteentjes is bizar. Of we het mooi vinden is een tweede vraag, smaken verschillen zullen we maar zeggen. 
 
In een uur tijd zie je het hele huis, van de eetkamer tot de badkamer en de bibliotheek. Overal waar je kijkt zie je vreemde details. Houtsnijwerk in de vorm van fruit en groenten, schreeuwerig gebloemd behang en een gigantische muurschildering van een oorlogschip op de binnenplaats. Zouden we hier willen wonen? Nee, absoluut niet en het duizelt ons van de kleurtjes en patroontjes, maar indrukwekkend is het wel. 

Casa Navàs is alleen met een gids te bezoeken en iedere dag geopend. Je moet je bezoek van tevoren boeken via de website. Tip: naast de gewone rondleidingen worden er een aantal keer per maand themarondleidingen georganiseerd. Je reist dan terug naar de tijd net na de Spaanse Burgeroorlog en ontdekt aan de hand van de oude winkelmanager het geheim achter Casa Navàs. 

Wat is er nog meer te doen in Reus?

Naast het bezoeken van het Gaudí Centre en Casa Navàs is Reus ook een fijn stadje om heerlijk rond te slenteren, tapas te eten op een terrasje of op zoek te gaan naar souvenirs in één van de vele winkeltjes. Het is een stuk minder toeristisch dat Tarragona en voelt daardoor veel authentieker aan. 

Kan je geen genoeg krijgen van Gaudí? Haal dan bij het toerismebureau (onder het Gaudí Centre) een wandelroute door de stad waarbij je langs het huis en de kerk van Gaudí wandelt. Wij hebben op eigen houtje door het centrum gewandeld en ontdekten daar dat Reus veel streetart heeft! Tip: bezoek de San Pedro kerk waar Gaudí gedoopt is en beklim de 66 meter hoge toren voor een uitzicht over Reus en de Middellandse Zee! 

Meer ontdekken aan de Costa Dorada? Lees dan ook de blogs van Mirella, die op ontdekking ging in het Pradesgebergte. Of check de uitgebreide blog over Port Aventura World, hét attractiepark van Spanje!  

Esmeralda en haar gezin bezochten L’Espluga de Francolí en Reus in samenwerking met Verkeersbureau Costa Dorada. Zoals je gewend bent, gaan we alleen samenwerking aan met partners die ons volledige redactionele vrijheid geven. 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Scroll naar top