De Poon Hill trekking is één van de bekendste meerdaagse hikes in Nepal en tegelijkertijd één van de meest toegankelijke. In vier tot vijf dagen wandel je door rododendronbossen, kleine bergdorpen en eindeloze trappen omhoog naar uitzichtpunten met panorama’s over de Himalaya. Onderweg slaap je in eenvoudige lodges en eet je samen met andere trekkers rond de houtkachel.

Wat deze trek bijzonder maakt, is dat je zonder extreme hoogtes of technische routes toch midden in het Himalayagebergte staat. Vanaf Poon Hill kijk je uit op reuzen als Annapurna South, Dhaulagiri en Machhapuchre, bergen van ruim zeven- en zelfs achtduizend meter hoog.

Wij liepen de Poon Hill trekking met onze zoon van elf jaar oud en ontdekten dat deze route goed te doen is voor gezinnen die van wandelen houden. Het pad is duidelijk, de afstanden zijn overzichtelijk en onderweg kom je regelmatig dorpjes en theehuizen tegen waar je kunt uitrusten.
In dit artikel delen we onze ervaring met de Poon Hill trekking met kinderen: hoe zwaar de route daadwerkelijk is, wat je onderweg kunt verwachten, waar je overnacht en waarom deze hike voor ons één van de mooiste ervaringen van onze reis door Nepal met kinderen werd.

Waarom de Poon Hill trekking zo geschikt is met kinderen
De Poon Hill trekking is een goede eerste meerdaagse hike in de Himalaya omdat de route overzichtelijk blijft. Je slaapt onderweg in eenvoudige lodges, waardoor je geen tent of kampeerspullen hoeft mee te nemen. Onderweg kom je regelmatig dorpen en theehuizen tegen waar je kunt eten of uitrusten.

De meeste lodges liggen onder de 3.000 meter. Het hoogste dorp waar je overnacht, Ghorepani, ligt op ongeveer 2.874 meter. Dat is prettig, want hoogteziekte ontwikkelt zich meestal pas vanaf ongeveer 3.000 meter. Alleen het uitzichtpunt van Poon Hill ligt daar iets boven, op 3.210 meter. Daar blijf je maar kort, voor de zonsopkomst, voordat je direct weer afdaalt.

De dagafstanden zijn goed te doen voor actieve gezinnen. Reken op wandelingen van ongeveer vier tot zes uur per dag. Het tempo ligt vanzelf laag, omdat een groot deel van de route uit stenen trappen bestaat. Regelmatig stoppen om te drinken, iets te eten of van het uitzicht te genieten hoort er gewoon bij.
Juist die combinatie van overzichtelijke afstanden, lodges onderweg en spectaculaire uitzichten maakt de Poon Hill trekking één van de meest toegankelijke Himalaya-trekkings met kinderen.

De route van de Poon Hill trekking (dag-tot-dag)
De Poon Hill trekking begint in Pokhara, een stad aan het Phewa-meer die voor veel reizigers het startpunt vormt voor hikes in de Annapurna-regio. Vanuit Pokhara rijd je met een jeep in ongeveer anderhalf tot twee uur naar het beginpunt van de route. Je kunt kiezen uit Nayapul of Tikhedhunga. Vanaf daar gaat de route verder te voet en wandel je langzaam de heuvels van de Himalaya in.
De klassieke Poon Hill trekking duurt vier dagen. Wij kozen ervoor om er vijf dagen van te maken zodat de wandeldagen niet te lang zouden worden en om te starten bij Tikhedhunga (in plaats van Nayapul), zodat de eerste dag overzichtelijk bleef.

Dag 1 – Van Tikhedhunga naar Ulleri
Afstand: ongeveer 4–5 km
Hoogte: 1.500 m → 2.050 m
Wandeltijd: circa 2–4 uur
Onze eerste wandeldag begint bij het kleine dorp Tikhedhunga. Vanaf hier loopt de route langs een rivier en door kleine dorpen waar het dagelijkse leven van de bergbewoners meteen zichtbaar wordt. Je passeert huizen met kippen en geiten op het erf, kleine winkeltjes en eenvoudige theehuizen waar je even kunt pauzeren.

Al snel ontdek je waar deze trekking om bekendstaat: trappen. Heel veel trappen. De klim naar Ulleri bestaat grotendeels uit lange rijen stenen treden die zich omhoog slingeren tegen de bergwand. Het tempo ligt daardoor automatisch laag. Regelmatig stoppen om te drinken of even op adem te komen hoort er gewoon bij.

Onderweg steek je hangbruggen over en wandel je langs terrassenvelden waar rijst en groenten worden verbouwd. Hoe hoger je komt, hoe ruiger het landschap wordt. Uiteindelijk verschijnt Ulleri, een dorp dat letterlijk tegen de berghelling is gebouwd. De lodges liggen verspreid langs het pad en hebben vaak uitzicht over de groene heuvels van de Annapurna-regio.

Dag 2 – Van Ulleri naar Ghorepani
Afstand: ongeveer 9–10 km
Hoogte: 2.050 m → 2.874 m
Wandeltijd: circa 5–6 uur
Vanaf Ulleri verandert het landschap langzaam. De terrassenvelden verdwijnen en maken plaats voor dichte bossen. De route stijgt geleidelijk verder omhoog richting Ghorepani, het hoogste dorp van de trekking.

Een groot deel van deze dag wandel je door rododendronbossen. In het voorjaar staan deze bomen in bloei en kleuren hele berghellingen rood en roze. Het pad slingert door het bos langs kleine watervallen en rustplaatsen waar theehuizen staan.

Onderweg kom je regelmatig andere trekkers tegen, maar voor ons voelde de route nooit druk. We waren er eind februari, net voor de start van het hoogseizoen. Muilezels vervoeren goederen over de paden en locals lopen met grote manden vol voorraden tussen de dorpen.
Na een lange klim bereik je uiteindelijk Ghorepani, een klein bergdorp op ongeveer 2.874 meter hoogte. De lodges liggen dicht bij elkaar en ’s avonds verzamelen trekkers zich meestal in de eetruimte rond de houtkachel. Hier bereid je je voor op het hoogtepunt van de trekking: de zonsopkomst op Poon Hill.

Dag 3 – Zonsopkomst op Poon Hill en verder naar Tadapani
Afstand: ongeveer 10 km (inclusief Poon Hill)
Hoogte: 2.874 m → 3.210 m → 2.630 m
Wandeltijd: circa 6–7 uur totaal
De derde dag begint vroeg. Vanuit Ghorepani klim je in ongeveer een uur naar het uitzichtpunt van Poon Hill op 3.210 meter hoogte. Ook dit pad bestaat uit een lange reeks stenen trappen, meer dan 2.000 treden.

Boven wacht één van de beroemdste uitzichten van Nepal. Op heldere ochtenden zie je een indrukwekkend panorama van Himalayareuzen, waaronder Dhaulagiri (8.167 meter), Annapurna South (7.219 meter) en Machhapuchre, ook wel Fishtail Mountain genoemd. Wanneer de zon opkomt kleuren de besneeuwde toppen langzaam goud.

Na de zonsopkomst daal je weer af naar Ghorepani voor het ontbijt. Daarna gaat de trekking verder richting Tadapani.
Dit deel van de route loopt door dichtbegroeide bergbossen waar bomen volledig bedekt zijn met mos. Smalle paden, mistige stukken en kleine bergbeekjes geven dit traject een bijna sprookjesachtige sfeer. De route gaat op en neer door het landschap voordat je uiteindelijk Tadapani bereikt.
Tadapani ligt op ongeveer 2.630 meter hoogte en bestaat uit een klein cluster lodges midden in het bos.

Dag 4 – Afdalen richting de valleien
Afstand: ongeveer 7–9 km
Hoogte: 2.630 m → ongeveer 1.900 m
Wandeltijd: circa 3–4 uur
De vierde dag staat vooral in het teken van afdalen. Vanuit Tadapani loopt het pad eerst door dicht bos, waar de bomen volledig met mos begroeid zijn. Het voelt hier bijna sprookjesachtig stil. Daarna opent het landschap zich langzaam en verschijnen de eerste terrassenvelden weer.

De route slingert langs kleine dorpjes en theehuizen waar trekkers even kunnen pauzeren. Muilezels en dragers vervoeren goederen over dezelfde paden waar wandelaars lopen. Het leven in de bergen gaat hier gewoon door.

Al snel bereik je Ghandruk, één van de mooiste dorpen van de Annapurna-regio. Het dorp bestaat uit traditionele stenen huizen met leistenen daken en smalle steegjes. Het voelt bijna alsof je door een openluchtmuseum loopt. Vanaf verschillende plekken in het dorp heb je uitzicht op de indrukwekkende bergwand van Annapurna South en Machhapuchre. In Ghandruk bevinden zich twee kleine musea met voorwerpen uit het dagelijkse gebruik en de historie ervan. Het stelt weinig voor, één kleine ruimte, je kunt het zeker overslaan.

Dag 5 – Terug naar Pokhara
Na dagen wandelen voelt de laatste ochtend ineens rustig. Geen lange klim of afdaling meer, maar tijd om nog even door het dorp te lopen. Ghandruk is een bijzonder dorp om rond te dwalen: kleine steegjes, stenen huizen en locals die hun dagelijkse leven leiden tussen de trekkers.

Daarna staat de jeep klaar voor de terugrit naar Pokhara. De rit duurt ongeveer twee tot drie uur en slingert via smalle bergwegen weer terug naar de bewoonde wereld.
Na dagen wandelen door bossen, dorpen en berglandschap voelt de terugkeer naar de stad bijna onwerkelijk. Maar het uitzicht op de Himalaya en het ritme van dagenlang lopen in de bergen blijven nog lang hangen.

Hoe zwaar is de Poon Hill trekking met kinderen?
De Poon Hill trekking staat bekend als een toegankelijke Himalaya-hike, maar onderschat hem niet. De grootste uitdaging zijn de trappen. Grote delen van de route bestaan uit lange rijen stenen treden. Fysiek is het goed te doen, mits je over een basisconditie beschikt, maar mentaal kunnen die eindeloze trappen zwaar zijn.
Vooral dag drie is pittig. Je begint vroeg met de klim naar Poon Hill voor de zonsopkomst. Na de afdaling heb je vaak al trillende benen, maar daarna moet de trekkingdag nog beginnen. Die dag is bovendien de langste van de route.
Dat merk je de volgende ochtend. Op dag vier werden we wakker met flinke spierpijn in onze kuiten. Eenmaal in beweging ging het weer prima, maar na een stop, bijvoorbeeld bij de lunch, was het telkens even doorbijten om weer op gang te komen.
Wat ook meespeelt: de hoogteverschillen tussen de dorpen vertellen niet het hele verhaal. De route gaat constant omhoog en omlaag, waardoor je per dag vaak een paar honderd extra hoogtemeters loopt boven op de officiële stijging.
Wij liepen de trekking in de voorjaarsvakantie, eind februari, en hadden perfecte omstandigheden. Overdag lag de temperatuur meestal tussen de 0 en 8 graden. Tijdens het klimmen werd het echter zo warm dat we vaak in een T-shirt of alleen een dunne trui liepen. Bij warmer weer zul je dus nog meer zweten.

Een privégids vinden wij met kinderen wel zo handig. Je hoeft je tempo niet aan te passen aan een groep en er is ruimte voor pauzes of kleine avonturen onderweg. Onze gids nam uitgebreid de tijd voor onze zoon en maakte van de wandeling echt een avontuur. Ook het inhuren van dragers is aan te raden. Het scheelt veel gewicht en maakt de trekking een stuk comfortabeler. Reken er wel op dat je de tocht nog even voelt als je terug bent. Wij hadden na afloop zeker vier dagen spierpijn in onze kuiten.
Op basis van onze ervaring is de Poon Hill trekking het meest geschikt voor kinderen vanaf ongeveer 10 jaar, zeker als ze gewend zijn om langere wandelingen te maken.
De Poon Hill trekking met gids
Voor veel trekkings in Nepal is een gids inmiddels verplicht, al wordt dat niet overal even streng gecontroleerd. Voor de Poon Hill trekking zie je nog regelmatig wandelaars zonder gids, maar met kinderen zouden wij het absoluut aanraden.
Een gids zorgt voor veiligheid, kent de route en regelt praktische zaken zoals lodges en eten onderweg. Met kinderen is het vooral prettig dat je je eigen tempo kunt lopen en flexibel kunt pauzeren.
Wij boekten onze trekking via 8Mountains, een impactorganisatie die vrouwelijke gidsen opleidt en promoot. In Nepal werken nog relatief weinig vrouwen in de trekkingsector, terwijl het werk juist veel kansen kan bieden. Door te kiezen voor een organisatie die vrouwelijke gidsen ondersteunt, draag je direct bij aan meer gelijkheid in deze sector.
Onze gids nam uitgebreid de tijd voor onze zoon. Onderweg bouwden ze samen dammen bij kleine watervallen, gooiden ze sneeuwballen en zochten ze de beste plekken om even te spelen. Dat soort momenten maken een trekking met kinderen echt anders. Ook deed zij vanaf dag twee dagelijkse healthchecks waarbij ze onze hartslag en het zuurstof in ons bloed meette vanwege de hoogte.

Een ander voordeel van boeken via een agency is dat alle permits meteen geregeld worden. Voor de Poon Hill trekking heb je onder andere een ACAP-permit nodig. Via de organisatie wordt dit automatisch voor je geregeld.
Wij hadden vooraf contact met Viv, eigenaresse van 8 Mountains, via WhatsApp. Zij stuurde ons alle informatie, maakte een dag-tot-dag schema voor de trekking en regelde de permits.

Onze gids tijdens de trekking heette Giya. Vanaf de eerste dag klikte het meteen met onze zoon. Onderweg namen ze regelmatig samen het voortouw: dammen bouwen bij watervallen, sneeuwballen gooien en onderweg de beste plekken zoeken om even te stoppen. Wat we vooral bijzonder vonden, was hoe vanzelfsprekend zij hem bij de trekking betrok. Ze moedigde hem aan, liep stukken met hem vooruit en maakte er echt een gezamenlijke expeditie van.

Aan het einde van de trekking namen ze afscheid als vrienden. Inmiddels hebben ze nog steeds contact. Voor ons maakte dat de ervaring extra bijzonder: het voelde niet alleen als een hike, maar als een avontuur dat we samen met iemand uit Nepal hebben beleefd.
Dragers (porters)
Naast een gids kun je ook dragers inhuren. Zij dragen een groot deel van de bagage tijdens de trekking. Dat maakt de tocht een stuk comfortabeler, zeker met kinderen. Je loopt zelf alleen met een kleine dagrugzak, terwijl de porters de grotere tassen meenemen tussen de lodges.

Wat neem je mee voor de Poon Hill trekking met kinderen?
Tijdens de Poon Hill trekking slaap je in eenvoudige lodges. Overdag warm je tijdens het wandelen snel op, maar ’s ochtends, ’s avonds en in de kamers kan het behoorlijk koud zijn. Onze thermometer gaf een kamertemperatuur aan van 7 graden. Werken met laagjes en slim inpakken maakt daarom een groot verschil.
Een kruik is bijvoorbeeld prettig om te hebben. Veel lodges bieden warm water aan tegen betaling en zo’n kruik maakt een ijskoud bed ’s avonds meteen een stuk comfortabeler.
Kleding
Tijdens het klimmen krijg je het snel warm, maar zodra je stopt of ’s avonds bij de lodge zit, koelt het snel af. Lagen werken daarom het beste.
Wij namen mee:
- Winddichte wandelbroeken. Wij namen er twee mee en voor onze zoon zelfs drie, omdat hij onderweg graag speelt met water en dammetjes bouwt in kleine beekjes.
- Sneldrogende T-shirts, ongeveer drie tot vier per persoon.
- Minimaal één fleecevest per persoon voor de koudere momenten.
- Thermokleding voor de ochtend naar het uitzichtpunt en voor ’s avonds en de nacht.
- Een warme winterjas.
- Een regenjas voor regen of natte sneeuw onderweg.
- Wollen wandelsokken en uiteraard goede wandelschoenen.
- Verder zijn muts en of pet, dunne handschoenen, zonnebril voor heldere dagen en een sneldrogende handdoek handig.
Handige spullen voor onderweg
Een paar extra spullen maken de trekking een stuk comfortabeler.
Wij hadden een waterfilterfles mee, zodat we water uit de lodges konden gebruiken en daar veilig drinkwater van konden maken. Je kunt ook waterzuiveringstabletten meenemen, die zijn goedkoop en gemakkelijk te verkrijgen in Pokhara. Flessen water zijn onderweg en bij lodges wel te koop, maar door het afvalprobleem in de bergen is dat eigenlijk de minst duurzame optie.
Ook elektrolytenpoeder is handig om mee te nemen. Tijdens het klimmen zweet je veel, zelfs als het buiten koud is, en met elektrolyten vul je zouten en mineralen weer aan.
Verder namen we mee:
- Wandelstokken, die wij te leen kregen van de organisatie waar we de trekking boekten.
- Een hoofdlamp voor de vroege klim naar Poon Hill in het donker.
- Sneeuwspikes, die we uiteindelijk niet nodig hadden.
- Zonnebrand vanwege de hoogte.
- Zakdoekjes voor de hurktoiletten of bosjes onderweg
- Veel snacks, zoals energierepen en noten.
Gear kopen of huren
Veel trekkingmateriaal kun je in Pokhara huren of kopen. Voor volwassenen is er veel keuze. Voor kinderen zou ik kleding liever vanuit Nederland meenemen. Wij zagen in Pokhara weinig winkels met goede wandelbroeken of technische kleding in kindermaten.

Overnachten in lodges tijdens de Poon Hill trekking
Tijdens de Poon Hill trekking slaap je in eenvoudige teahouses of lodges. Dat zijn kleine guesthouses die speciaal zijn ingericht voor trekkers. In tegenstelling tot sommige andere Himalaya-trekkings hoef je hier dus geen tent of kookspullen mee te nemen.

De kamers zijn basic maar prima. Meestal krijg je twee bedden met een matras, kussen en dikke dekens. Verwacht verder weinig luxe: de muren zijn dun, verwarming ontbreekt vaak en het kan ’s nachts behoorlijk koud worden. Daarom verzamelen trekkers zich ’s avonds meestal in de centrale eetruimte waar een houtkachel staat.

In sommige lodges kun je tegen betaling warm douchen, al werkt dat niet altijd even goed. Soms is het water solar verwarmd en dus afhankelijk van zon, soms is het een geiser. Een warme douche voelt na een dag wandelen hoe dan ook als een kleine overwinning. Alle lodges waar wij sliepen hadden een westers toilet. Soms hadden we een eigen badkamer andere keren was die gedeeld.

Wij vroegen altijd een extra deken in de lodge, die waren altijd beschikbaar, en hebben het daarom in de nachten niet koud gehad. Ook de zelf meegenomen kruik deed wonderen.
Eten tijdens de trekking
Het menu in de lodges lijkt vaak erg veel op elkaar. Het meest gegeten gerecht is dal bhat: rijst met linzensoep, groenten en soms curry. In Nepal zeggen ze niet voor niets: dal bhat power, 24 hour. Het is voedzaam, warm en je krijgt altijd gratis bij geschept.

Daarnaast staan er vaak ook gerechten op de kaart zoals gebakken noedels, gebakken rijst, curries en voor de ochtenden pannenkoeken, toast met ei en yoghurt.
Omdat de lodges steeds hoger in de bergen liggen, worden prijzen onderweg wel iets hoger. Alles moet immers omhoog worden gedragen. Als je kiest voor een georganiseerde trekking, dan zit meestal al het eten inbegrepen in de prijs.

Avonden in de lodge
De avonden zijn vaak erg gezellig. Trekkers verzamelen zich rond de houtkachel, wisselen verhalen uit en wachten tot het eten wordt geserveerd. Veel mensen spelen een spelletje, lezen een boek of schrijven hun reisdagboek. Na een lange wandeldag is het meestal vroeg stil. De volgende ochtend gaat de wekker immers weer vroeg.

Is de Poon Hill trekking met kinderen een aanrader?
Voor ons was de Poon Hill trekking de mooiste ervaring van onze reis door Nepal. Niet alleen vanwege de uitzichten op de Himalaya, maar juist door alles eromheen: de kleine bergdorpen, de rododendronbossen, de avonden bij de houtkachel en het ritme van dagenlang wandelen door de bergen.
Het is een trekking die uitdagend genoeg is om echt het gevoel te hebben dat je in de Himalaya loopt, maar tegelijkertijd toegankelijk blijft voor gezinnen die van wandelen houden.

Onze zoon was vooraf best zenuwachtig. Vijf dagen wandelen in de bergen klonk voor hem vooral spannend en onbekend. Maar eenmaal onderweg veranderde dat snel. Dammen bouwen bij watervallen, sneeuwballen gooien en steeds weer een nieuw pad ontdekken maakten het voor hem een groot avontuur.
Aan het einde van de trekking gaven we hem een simpele vraag: wat geef je deze hike voor cijfer. Zijn antwoord kwam meteen: een tien. En sindsdien vraagt hij regelmatig wanneer we weer een trekking gaan doen.
Zo werd deze tocht niet alleen een avontuur in de Himalaya, maar ook een ervaring die we als gezin nog lang zullen herinneren.

Meer tips nodig? Lees ook onze andere blogs over Nepal met kinderen.


