Reisverslag van onze reis door Mexico, Guatemala en El Salvador, met een stopover in Panama. Natuurlijk komen er ook blogs met praktische tips, maar in dit reisverslag een ervaringsverslag. Mijn eigen dagboekje maar dan digitaal. Ik schrijf deze altijd net zoveel voor mijzelf, als voor jullie. Lees hier deel 1 van onze reis door Mexico.
Dag 8: Van Comitán naar Xela in Guatemala
De grens over naar Guatemala gaat veel makkelijker dan Mexico uit. Een kleine balie met een man erachter, geen andere wachtenden. Drie stempels en we zijn door. Dan is het nog even zoeken naar het busstation. Helaas lopen we flink verkeerd. Soms is er miscommunicatie tussen Marcel en mij. Hij kijkt dan op Google Maps waar een busstation zou moeten zijn, maar dat blijkt gewoon een kantoortje van een busmaatschappij te zijn. Terwijl ik al lang ergens had gelezen dat het aan het einde van de straat is. In ieder geval komen we flink gaar bij de bus aan. We vragen heel snel of we nog tijd hebben om naar het toilet te gaan. Gelukkig lukt dat nog, eten scoren niet meer.

De eerste echte chicken bus voor onze dochter. De oude schoolbussen die versierd zijn in allerlei kleuren. Alle raampjes staan open. Heel snel gaat het allemaal niet, maar ook een minibusje zou hier niet snel kunnen rijden. De smalle bergweg is te vol met auto’s. Bij Huehuetenango worden we uit de bus gezet, wel samen met een mannetje dat ons naar de bus naar Xela brengt. Zo hoeven we niet helemaal de stad in. Hier kunnen we bij een tankstation ook snel een broodje kopen. Fijn, want we zijn vanmorgen vertrokken zonder ontbijt en met alleen wat snacks.
In Xela zelf gaat het nog bijna mis. Wij willen naar het centro, maar blijkbaar denkt het busmannetje dat we nog naar een andere plaats willen. Hij pakt mijn rugzak en rent ermee weg. Ik weet niet wat er gebeurt. Marcel begint te rennen. Isis en ik erachteraan. Allemaal met onze rugzakken op (nou ja, ik dus zonder de grote rugzak). Ik denk: wordt mijn rugzak nou gestolen? Straks heb ik geen kleren meer. We zien het hele mannetje ook nergens meer en er staan tientallen bussen. Marcel ziet hem uiteindelijk en we worden een bus in geduwd die direct vertrekt. Gelukkig ligt daar ook mijn rugzak. Pas als de bus onderweg is en we weer op adem zijn gekomen, komen we erachter dat de bus helemaal niet naar het centrum gaat. Snel uitstappen dus. Helaas op een plek zonder taxi’s en nog een half uur lopen naar het hotel.

In Xela hebben we een heerlijk boutiquehotel. Ook meteen het duurste hotel van de reis. Maar door de reis van Comitán naar Xela met het openbaar vervoer te doen en niet met een minibusje (à 65 US dollar p.p.) hebben we zoveel bespaard dat dit weer uit kan.

Toch dwingen we onszelf om na even chillen op pad te gaan. In Xela bekijken we het inimini chocolademuseum en relaxen we op het centrale plein. Een beetje mensen kijken en duiven voeren. Heel veel meer is er eigenlijk niet te doen. We hebben nog een welkomstcocktail tegoed en eten een hapje. Daarna genieten we van de warme douche en de uitstekende bedden.
Dag 9: Ochtend in Xela en door naar het Meer van Atitlán
Het was echt de beste nachtrust tot nu toe. En dan ook nog een heerlijk à-la-carteontbijt. Rondom Xela is nog van alles te doen, maar omdat we hier al eerder zijn geweest, blijven we nu maar één nacht. We kiezen daarom voor een kleine excursie naar Salcajá. Hier staat de (waarschijnlijk) oudste kerk van Midden-Amerika. Leuk voor de foto.

Er is ook een kleine canyon met daarin een betaald parkje. Een aantal wat verouderde speeltoestellen, eendjes om te voeren en zelfs twee zwembaden. We hebben geen zwemspullen mee, maar het is fijn om hier rustig rond te wandelen.
Het allerleukste is echter dat hier op zaterdag de stoffenmarkt wordt gehouden. En dan echt een lokale markt. De jurken die de vrouwen hier dragen zijn handgemaakt en grotendeels geborduurd (elders in Guatemala wordt ook veel geweven kleding gedragen). Deze jurken beginnen dan ook vanaf zo’n € 150. Voor een simpelere versie is een lokale vrouw al minimaal vijf dagen aan het werk. De jurken zijn dus niet voor toeristen, maar voor andere vrouwen die zelf geen tijd hebben om een jurk te maken. Heel interessant om te zien. Jammer genoeg staan ze niet te springen om op de foto te gaan. Ik vraag een vrouw die druk bezig is, maar ik mag haar borduurwerk wel fotograferen. Ik bedoelde natuurlijk haar terwijl ze aan het werk was.

In de middag nemen we de bus naar Panajachel. Tenminste, we moeten weer een keer overstappen. Een van die bussen zit op een gegeven moment echt ramvol. Onze dochter gelooft haar ogen niet als er steeds meer mensen blijven instappen. We zitten uiteindelijk met zes mensen plus een baby op twee bankjes die bedoeld zijn voor Amerikaanse schoolkinderen. En dan ook nog een rugzak op schoot. Nu snapt ze echt het woord chicken bus. Niet alleen vanwege de mogelijke medepassagiers, maar ook omdat je er zelf als een kip op transport bij zit. Gelukkig is het maar een uurtje.
Daarna nog de boot naar Santa Cruz La Laguna en dan is het tijd om te relaxen.
Dag 10-11: Meer van Atitlán
We hebben drie nachten in La Iguana Perdida. In Mexico hebben we flink doorgereisd zodat we op vrijdag de grens over konden. Het was dus óf twee dagen extra in Mexico óf twee dagen extra in Guatemala. En we zijn blij dat we hier nu echt een mini-vakantie in de reis hebben.

La Iguana Perdida is een backpackershostel. Met gezamenlijke maaltijden, bijna elke avond wat te doen zoals verkleedparties, spelletjes, goed eten, een bar en eigenlijk even een bubbel met andere toeristen. Aangezien we de hele reis, behalve in het voorbijgaan, nog geen toerist hebben gezien, is dat ook wel even lekker. Kletsen met andere reizigers, Engels kunnen praten, eten bestellen en weten wat je krijgt. Ik zou hier niet met hele jonge kinderen naartoe gaan, maar met een puber zeker wel. We waren hier ook tijdens onze wereldreis in 2008 en het was toen, samen met een ander hostel, een van onze favoriete plekken in Guatemala. Het ligt ook gewoon heel mooi. Direct aan het meer, met veel groen, aan de voet van een verder ook heel rustig dorpje.

Niet dat we helemaal niks doen. We gaan nog een dagje naar San Pedro en San Juan, waar we ook de WK-finale kijken. Dit zijn de meest toeristische dorpjes aan het meer. Veel drukker, met hostels, restaurants en tuktuks die er rondrijden. Wel leuk aangekleed met veel muurschilderingen en knusse straatjes. Vooral heel leuk om doorheen te lopen. Ik zou hier zelf minder snel verblijven.

Een andere dag gaan we naar San Marcos. Ook hier zou ik niet verblijven. Het is meer een dorpje met een alternatieve vibe. Yoga, tarotkaarten, energy readings, healingmassages en hippe (vaak vegan) koffietentjes. Je ziet het ook direct aan de toeristen die hier rondlopen: veel tatoeages, dreads en enorme oorsieraden. Jammer genoeg voelt het dorpje ook een beetje viezig. Veel hondendrollen op straat en stroompjes met stinkend water.

Er is hier ook een klein natuurpark en daar maken we een mooie wandeling. Het natuurpark is vooral ook populair omdat het een goede plek is om te zwemmen. Omdat hier geen woningen staan, stroomt er geen afvalwater direct het meer in. Alsnog is zwemmen in het meer iets dat je op eigen risico doet. Je moet zeker het water niet binnenkrijgen. Er zijn hier ook rotsen waarvan je af kunt springen. Die zijn zo’n vijf meter hoog. En er is een platform van ongeveer twaalf meter hoog voor de echte durfals. Wij houden het lekker bij kijken.

En verder doen we in het hostel mee aan de ochtendyoga en de quiz avond, spelen een paar potjes rummikub en nemen de tijd om te relaxen.
Dag 12-15: Antigua en de Acatenango
In Antigua hebben we vier nachten gepland. Drie nachten slapen we in een Airbnb, want tussendoor overnachten we één nacht op de Acatenango. De afgelopen dagen hadden we heel goed weer, maar de weersverwachting voor onze klimdag is niet erg goed. Het maakt mij zenuwachtig. We hebben al eerder mensen gesproken die de klim hebben gedaan in de regen. Doorweekt boven kwamen en vervolgens niks hebben gezien.

We reizen eerst van Atitlán naar Antigua. Dat is een boot, een bus, nog een bus en daarna nóg een bus. Klinkt ingewikkeld, maar ze zetten je elke keer uit de bus waar het moet en dan komt er vanzelf een andere bus (als die er al niet staat). Dit zijn bovendien onze laatste chicken buses van de reis. Extra grappig dus wanneer een Guatemalteek de bus instapt met een doos vol kuikentjes.
In Antigua hebben we nog tijd om wat snacks te kopen en een rondje door het centrum te lopen. We gaan nog een keer lekker uit eten en daarna op tijd naar bed.
De volgende ochtend moeten we om 7.00 uur bij het kantoor van CA Travelers zijn. Hier ontmoeten we ook onze andere reisgenoten. Onze dochter is met haar 13 jaar de jongste, ik ben met mijn 45 jaar de oudste. Onze groep van 21 bestaat uit maar liefst twaalf Nederlandse meiden (op lustrumreis) en ook nog een Nederlands stel dat in een dorpje vlak bij Deventer woont. Onze dochter heeft het meteen helemaal gezellig.

Ik ga nog een uitgebreid blog schrijven over de Acatenango beklimmen met kinderen. Maar voor nu is het genoeg om te weten dat we nog allemaal spullen krijgen. Rugzakken moeten worden herschikt, enzovoort, en dat de echte beklimming rond 11.00 uur begint. En die valt ons eigenlijk honderd procent mee. Na alle verhalen over de zwaarste beklimming ooit waren we toch wat bang. Maar we kunnen alledrie goed mee, zelfs met de snelste gids. Daardoor hebben we natuurlijk ook wel extra lange rustpauzes, omdat er dan wordt gewacht op de mensen die er langer over doen. De route is ook echt mooi door de bossen.

Na de lunch trekt het dicht en wordt het kouder. Dat maakt het wandelen wel saaier, maar voordat we het weten zijn we al bij ons basecamp. We zijn gestart op ongeveer 2.400 meter hoogte en overnachten op 3.600 meter, met recht tegenover ons de actieve Fuego. Waar we helaas trouwens helemaal niks zien, behalve witte mist. Ergens moet de Fuego zijn, maar wij zien hem nog niet.
Dan is dus de vraag: gaan we ook nog de Fuego-hike doen? De gidsen zeggen dat het fiftyfifty is. We komen daar aan en het is opgeklaard óf we zien alsnog niks. Onze dochter is duidelijk: ze vindt het mooi geweest voor vandaag. Het is koud en ze is al lekker in haar slaapzak gaan liggen om op te warmen. Het Nederlandse stel gaat ook niet, toch wat last van de hoogte. Ze willen straks best met haar gaan avondeten.
Wij gaan dus allebei voor de Fuego-hike. En die is wel zwaar, moet ik zeggen. Om 17.00 uur vertrekken we. Eerst terwijl het nog licht is een flink stuk afdalen. Daarna weer klimmen in de schemering. We zijn bij het uitkijkpunt en zien heel even wat lava en daarna niks meer. Het is koud, er staat veel wind en inmiddels hebben we ook echt wel honger. Ik ben blij dat ik nog een Snickers heb meegepakt. Na ruim een half uur wachten geven we het op. Geen Fuego voor ons.

Dan komt het ergste stuk nog: in het donker, met alleen een zaklampje, een hele nare afdaling en daarna weer een ontzettend steile klim. In totaal klim je tijdens de Fuego-hike zo’n 540 hoogtemeters. Tijdens de klim kijk ik opzij en opeens zie ik daar lava. “Look! Look!” We staan allemaal stil. Wauw, wat is dit gaaf. We hebben nu geen last meer van de wolk die tussen het uitkijkpunt en de Fuego hangt, maar zien vanuit een andere hoek de vulkaan uitbarsten. Later blijkt dat ze het ook vanaf het basecamp perfect hebben kunnen zien, maar dan met marshmallows en warme chocolademelk. Om 23.00 uur zijn we eindelijk terug. Nog snel het avondeten naar binnen werken en naar bed.

De volgende ochtend gaat om 3.30 uur alweer de wekker. Nu voor de beklimming naar de top van de Acatenango (3.976 meter). Vanaf het basecamp is dat nog ongeveer 375 hoogtemeters klimmen. Dat zie ik echt niet meer zitten. Onze dochter, die gisteren niet is meegegaan, gaat nu wel, net als Marcel. Als een van de weinige trouwens die zowel dit als de Fuego-hike hebben gedaan. Gelukkig is het helder en na een pittige klim over losse vulkaangrind zien ze de zon opkomen. Ook vanuit het basecamp heb ik nog een prachtige zonsopkomst.

Om 6.45 uur zijn ze terug en is het direct tijd voor het ontbijt en het opruimen van de spullen. Dom genoeg laten we toch een dunne broek liggen. Na alle hikes zijn we toch niet helemaal wakker. Vervolgens begint de afdaling terug naar beneden. Veel mensen hebben het heel zwaar, maar bij ons gaat het lekker. Misschien wel iets té lekker. De gids gaat voor de grap rennen en wij rennen met een paar mensen mee. Daar gaat het mis. Onze dochter valt hard en verstuikt haar enkel. De laatste anderhalve kilometer komt ze met hulp van wandelstokken terug naar beneden. In Antigua gaat er meteen ijs op, maar het ziet er niet goed uit. Ze kan nog net een paar blokken lopen naar een restaurant en dat is het echt wel.

Onze laatste dag in Antigua proberen we haar dus ook zo min mogelijk te belasten. We hadden al een jadeworkshop geboekt en daar heeft ze enorm veel zin in. Daar gaan we heen en dat is ook echt leuk om te doen. Verder nemen we een Uber naar Finca El Pilar. Hier gaat Marcel wandelen en wij gaan zwemmen. Het koude water is vast goed voor de enkel. Verdere rondjes door Antigua doen we zonder haar.

Ik vind het echt zo’n mooie stad. Heerlijk om doorheen te lopen. In elke straat is weer iets te zien, of het nu een oude ruïne is of een rij kleurrijke huisjes. Het is niet te gepolijst of voor toeristen opgepoetst, maar wel veel veiliger dan toen we hier in 2008 waren. Bovendien zijn er ook heel veel leuke restaurantjes bij gekomen.

Dag 16: Naar El Salvador
Dat het zoveel veiliger is geworden, blijkt wel uit het feit dat we om 4.30 uur buiten op straat kunnen wachten op de shuttlebus naar El Salvador. In 2008 was dat wel anders. Zodra het donker werd, kon je eigenlijk alleen in het directe centrum nog veilig over straat. Lag je hostel of hotel wat verder weg, dan nam je een taxi. We hebben mazzel met de shuttlebus. Er zijn maar vier plekken bezet, waardoor we onderweg nog een heerlijk dutje kunnen doen.
Lees binnenkort ons laatste reisverslag over El Salvador.



